Vernieuwd woonzorgdecreet beschermt cliënten tegen niet erkende initiatiefnemers

Een van de fundamentele pijlers voor de ouderenzorg in Vlaanderen is het woonzorgdecreet. Dit decreet regelt de opdrachten en voorwaarden voor de verschillende woonzorgvoorzieningen in Vlaanderen, van lokale dienstencentra en gezinszorg tot assistentiewoningen en woonzorgcentra. 10 jaar na het eerste woonzorgdecreet was er al heel wat geëvolueerd. Daarom wou de Vlaamse regering dit decreet vernieuwen. De Vlaamse Ouderenraad werd daarbij om advies gevraagd. Nu is het vernieuwde decreet goedgekeurd door het Vlaams parlement.

Het decreet legt de doelstellingen, de werkingsprincipes en de opdrachten vast voor de woonzorgvoorzieningen en de verenigingen voor mantelzorgers en verenigingen. Het decreet wil de levenskwaliteit van de bewoners beschermen, onder meer door de erkenningsplicht voor de initiatiefnemers te veralgemenen. Het decreet is vervlochten met het decreet Vlaamse sociale bescherming en het nog goed te keuren decreet eerstelijnszorg.

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Het nieuwe woonzorgdecreet is er in de eerste plaats voor de bescherming van de levenskwaliteit van de gebruikers van de woonzorgvoorzieningen. Zo worden de voorzieningen verplicht om open en transparant informatie te verschaffen over de aanwending van de hen toevertrouwde publieke middelen, hun organisatiestructuur, de feitelijke leiding, verwantschappen en nauwe banden met externe organisaties of personen. Elke voorziening dient ook een code deugdelijk bestuur op te maken en na te leven. Ik ben verheugd over de manier waarop we samen met alle actoren uit de sector tot dit decreet zijn kunnen komen.”

Erkenningsplicht en naamgeving

Een ingrijpende wijziging in het goedgekeurde decreet is de schrapping van de mogelijkheid van initiatiefnemers om een woonzorginitiatief enkel aan te melden bij de overheid, zonder zich te laten erkennen. Op deze manier dienden zij niet te beantwoorden aan de erkenningsvoorwaarden en ontsnapten zij aan toezicht, handhaving en prijscontrole van overheidswege. Voornamelijk bij de assistentiewoningen en de centra voor herstelverblijf heeft dit aanleiding gegeven tot verwarring en ongenoegen bij gebruikers die minder kregen dan wat hen beloofd leek. De huidige aangemelde voorzieningen krijgen de nodige tijd om zich aan te passen aan de erkenningsnormen. Wie blijft uitbaten zonder erkenning, kan zich verwachten aan financiële sancties. Waar nodig kan dit leiden tot een gedwongen sluiting.

De Vlaamse overheid beschermt nu ook de naamgeving van de woonzorgvoorzieningen. Alleen erkende voorzieningen zullen de naamgeving zoals opgenomen in het decreet mogen gebruiken. Zo weten gebruikers precies welke kwaliteit ze mogen verwachten van bijvoorbeeld een ‘assistentiewoning’, een ‘dienst voor gezinszorg’ of een ‘woonzorgcentrum’.