Verkleinen Herinitialiseren Vergroten
Zoek naar:
Pers Literatuur English Contact
 logo
Vlaamse Ouderenraad Lokaal Actualiteit Info 60+ Beleid Ouderenweek Fotodatabank
Vlaamse Ouderenraad

Zorgverwachtingen en zorgpatronen in Vlaanderen naar herkomst

Gepost op 01/01/1970


In het artikel ‘Zorgverwachtingen en zorgpatronen in Vlaanderen naar herkomst’ gaat de Studiedienst van de Vlaamse regering op zoek naar het effect van herkomst op de filiale verantwoordelijkheid of de zorgplicht van kinderen versus hun ouders/grootouders, op de verwachtingen inzake ondersteuning en op het feitelijk zorggedrag. De vraag wordt gesteld of er verschillen zijn in zorgverwachtingen en zorgpatronen tussen Belgen, personen uit de EU15 en personen uit de nieuwere EU-landen (EU12 met onder meer Bulgarije, Polen, Roemenië …) of van buiten de EU.

Analyse van de data uit de editie 2011 van de survey 'Sociaal-Culturele Verschuivingen' in Vlaanderen toont aan dat personen met een herkomst uit de nieuwere EU-landen (EU12) of van buiten de EU het vaker eens zijn met stellingen die duiden op de traditionele familiesolidariteit. Personen uit de oude EU-landen (EU15) sluiten in hun stellingname sterk aan bij de Belgen. Wordt, naast herkomst, ook rekening gehouden met andere persoonskenmerken die van invloed kunnen zijn op het aanhangen van traditionele opvattingen betreffende familiesolidariteit, dan blijken er nog drie andere kenmerken van belang met name leeftijd, al of niet kinderen in leven en religie. Personen die zich religieus noemen, hebben een meer traditionele kijk op familiale solidariteit. En jongeren hebben in vergelijking met ouderen een meer traditioneel beeld. Mensen met kinderen lijken minder waarde te hechten aan de familiesolidariteit, wat tegen de verwachtingen ingaat.

Kijken we naar het feitelijke zorggedrag, dan is er geen invloed van herkomst. Er wordt gezorgd voor een ouder of schoonouder en Belgen doen dat evenveel als personen van vreemde herkomst. Personen van middelbare leeftijd en gepensioneerden zorgen meer, en verzorgers kenmerken zich ook door hun sociaal engagement. Dit laatste betekent dat wie vrijwilligerswerk verricht ook meer kans heeft om informele zorg te verlenen aan ouders of schoonouders.

Op de vraag van wie hulp wordt verwacht in bijzondere situaties zoals een kortstondige of langdurige ziekte of beperking, een depressie of eenzaamheidsgevoelens, blijkt herkomst geen invloed te hebben. De echtgeno(o)t(e) of partner wordt het meest vermeld, gevolgd door andere verwanten en vervolgens de kinderen. Bij een langdurige ziekte komt de beroepskracht op de tweede plaats vóór een ander familielid en de kinderen. Bij psychische problemen komen de beroepskracht (in geval van depressie) en de vrienden/kennissen, buren (in geval van vereenzaming) sterker in beeld. Deze rangorde varieert weinig of niet naar herkomst.

Gevraagd naar welke maatregelen de overheid het best kan nemen om informele zorg te ondersteunen, zien we wel verschillen naar herkomst. Zo lijkt het erop dat personen uit de EU12 of van buiten de EU professionele zorg ondergeschikt vinden en informele zorg veel meer vanzelfsprekend achten. Zij spreken zich meer uit voor een verbetering van het sociaal statuut voor informele verzorgers en pleiten in grotere mate dan Belgen en personen uit de EU15 voor mediacampagnes die ertoe bijdragen dat informele zorg zou worden erkend als nuttig werk.

Bijlagen:
Ga terug naar de startpagina
Vlaamse Ouderenraad vzw - Broekstraat 49-53 - 1000 Brussel - Privacyverklaring