Verkleinen Herinitialiseren Vergroten
Zoek naar:
Pers Literatuur English Contact
 logo
Vlaamse Ouderenraad Lokaal Actualiteit Info 60+ Beleid Ouderenweek Fotodatabank
Vlaamse Ouderenraad

Mondgezondheid. Gezondheidsenquête 2008

Gepost op 15/07/2011




Een gezondheidsenquête leent zich niet om directe indicatoren van de mondgezondheid (zoals bijvoorbeeld de prevalentie van tandcariës in de bevolking) in te schatten, maar kan aan de hand van enkele indirecte indicatoren toch een globaal beeld schetsen van de mondgezondheid van de algemene bevolking en de determinanten die hierbij een rol spelen. Zo rapporteert 11,9% van de bevolking van 15 jaar en ouder geen eigen, natuurlijke gebitselementen meer te hebben, geeft 12,6% aan dat ze moeilijkheden heeft bij het kauwen van hard voedsel en verklaart 35,0% een tandvervangende prothese te hebben. Uiteraard situeren deze problemen zich vooral op oudere leeftijd. Toch blijkt al 7,0 % van de 45 tot 54-jarigen geen eigen natuurlijke gebitselementen meer te hebben, heeft 6,8 % al moeilijkheden bij het kauwen van hard voedsel en heeft 40,2% een tandvervangende prothese. De helft van de bevolking geeft aan minstens 2 keer per dag de tanden te poetsen. Aangezien het om zelfgerapporteerde gegevens gaat, en personen in een interview de neiging kunnen hebben om sociaal wenselijke antwoorden te geven, kunnen we er van uitgaan dat het aantal personen dat effectief twee of meer keer per dag de tanden poetst in werkelijkheid nog een stuk lager is. Voor deze indicator zien we geen verbetering sinds 2004. In het Waals Gewest is het aantal personen dat minstens 2 keer per dag de tanden poetst in 2008 zelfs gedaald. Een gezondheidsenquête leent zich niet om directe indicatoren van de mondgezondheid (zoals bijvoorbeeld de prevalentie van tandcariës in de bevolking) in te schatten, maar kan aan de hand van enkele indirecte indicatoren toch een globaal beeld schetsen van de mondgezondheid van de algemene bevolking en de determinanten die hierbij een rol spelen. Zo rapporteert 11,9% van de bevolking van 15 jaar en ouder geen eigen, natuurlijke gebitselementen meer te hebben, geeft 12,6% aan dat ze moeilijkheden heeft bij het kauwen van hard voedsel en verklaart 35,0% een tandvervangende prothese te hebben. Vrouwen poetsen frequenter hun tanden dan mannen. Opmerkelijk is dat in stedelijke gemeenten beter gepoetst wordt dan in landelijke gemeenten, en dat Brussel beter scoort dan de andere gewesten en de grote steden in de andere gewesten. Voor alle indicatoren stellen we belangrijke socio-economische verschillen vast. Lager opgeleiden hebben vaker geen eigen natuurlijke gebitselementen meer, hebben frequenter een tandvervangende prothesen, hebben meer kauwproblemen en poetsen minder vaak hun tanden. Verschillen in voedingsgewoonten, gebruik van preventieve tandzorg, inzichten in het belang van een goed gebit en hygiëne in het algemeen kunnen deze socio-economische ongelijkheden wellicht verklaren. Mondhygiëne blijft zeker en vast één van de domeinen waarin ongelijkheden in gezondheid het meest uitgesproken zijn. Een beleid dat socio-economische ongelijkheden wil aanpakken moet hier zeker oog voor hebben.


Ga terug naar de startpagina
Vlaamse Ouderenraad vzw - Broekstraat 49-53 - 1000 Brussel